Onze magen rommelen dus besluiten we iets te gaan eten in een Indonesisch eethuisje aan de Saramacca rivier. We laten ons zijn lekkerste gerecht aanbevelen. Het is héérlijk: bami, nasi, reepjes ei, gekookt ei, kleine stukjes kroepoek, kip, gebakken uitjes en seroendeng erover. We drinken er vers gemaakte dawet bij, een van origine Indonesisch drankje dat door de Javanen naar Suriname is gebracht.
 Het centrale plein in Groningen staat vol met allerlei gedenk monumenten ter nagedachtenis aan de immigratie van verschillende bevolkingsgroepen. Hier hebben vroeger ook veel Nederlandse boeren gezeten die halverwege de 19e eeuw hun geluk in Suriname kwamen beproeven. Het gros stierf aan tyfus en malaria en de boeren vertrokken. We laten Groningen achter ons en rijden door langs plaatsjes als Calcutta, Boskamp, Jenny en Hamilton. We bevinden ons inmiddels in het district Coronie. Langs de kant van de weg staan aan weerszijden van de weg typisch Surinaamse huisjes, sommigen verlaten en anderen bijna een bouwval maar nog wel bewoond. Ze zijn allemaal van hout maar verschillen ook allemaal van elkaar qua kleur, veranda, gevel of balkon. We stoppen regelmatig om even een foto te maken maar als we in Totness aankomen stappen we echt even uit. De huizen en ook de kerk zijn hier zo mooi dat het wel een stop waard is. Niet ver van de kerk ontdekken we een heel oud, onbewoond huisje waar een decennia-oude DAF bus naast staat. Hij ziet eruit alsof hij er al jaren staat maar is niet, zoals andere oude wrakken die we gezien hebben, overwoekerd met klimplanten. Zou iemand hem dan toch een beetje "onderhouden"?
We rijden verder richting Nickerie. Er vliegt onmiskenbaar een toekan voor onze auto langs en even verder ligt een groot dier met een geringde staart dood op de weg, een wasbeer? Hij ligt er nog niet lang en is nog volledig intakt.
Het landschap begint te veranderen, de palmbomen maken plaats voor uitgestrekte rijstvlaktes maar dit schijnt niet meer de voornaamste bron van inkomsten te zijn, de rijst heeft plaats gemaakt voor suikerriet wat naar Braziliaans model verwerkt wordt tot bioethanol.
 Dan rijden we Nickerie binnen. Dit was de tweede stad van Suriname maar Lelydorp draagt tegenwoordig deze titel. Erg populair is Nickerie niet, het ligt te afgelegen om er te gaan wonen. Toch lijkt het geen arme stad te zijn. Er rijden veel dure auto's en er staan legio grote, nieuwe huizen.
We willen naar een bepaald eenvoudig hotel maar die blijkt vol te zitten. Er lijkt een feest aan de gang te zijn, dus kiezen we voor het Residence Inn. Niet echt wat je noemt een leuk en gezellig hotel maar we kunnen er voor morgen een tweedaagse trip naar natuurgebied Bigi Pan boeken. Er is airco, een tv en wifi dus we vermaken ons wel. Zin om echt uit eten te gaan hebben we niet dus we bestellen een foute kapsalon met een heerlijke milkshake bij de cafetaria om de hoek.
Het is druk op straat. Op het centrale plein voor ons hotel verzamelen zich veel mensen en er rijden talloze auto's met boomboxen rond. Het lawaai is oorverdovend en we kiezen ervoor om niet buiten te blijven. In ons kamer is de herrie niet veel minder dus duwen we maar een paar doppen in de oren voor we gaan slapen. Blij dat we morgennacht in Bigi Pan overnachten!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten